10 redenen om te onthaasten

Ik schrik wakker, badend in het zweet. De wekker vertelt me dat het half vijf is, en mijn hoofd vertelt me tientallen redenen waarom ik niet meer in slaap mag vallen.

Je schrijft veel te weinig. Vandaag komt er weer niks van, eerst moet je Arno naar het vliegveld brengen en boodschappen doen want je hebt niks meer in huis en je logerende studentkind moet goed eten. Daarna ben je pas om half elf thuis en kan je ook niet meteen aan het werk want dat is ongezellig voor je kind, ze moet je al zo vaak missen. Het huis moet nog worden gestofzuigd en om drie uur moet je Sophie alweer uit school halen om naar die Japanse architectuurtentoonstelling te gaan in Rome en dan is het alweer donker en etenstijd als jullie thuiskomen. Voordat je dan klaar bent en de keuken is opgeruimd is het alweer laat. En dan moet je morgen Arno alweer midden op de dag ophalen, dus dan heb je weer heel weinig schrijftijd. En..

Mijn hartslag is inmiddels opgelopen tot honderdtwintig slagen per minuut en ik sla panisch de dekens van me af. Ik moet nog een blog schrijven, en ik loop hartstikke achter met het schrijfschema voor mijn boek. Ik doe veel te weinig, ik heb te weinig tijd, het is al half februari, ik moet echt opschieten!

Hou eens op, muts. Get a grip.

Ik herinner me een document dat ik een maand geleden heb ingevuld: Het Jaar Dat Voor Je Ligt. Daarin heb ik ook opgeschreven wat ik in Het Jaar Dat Achter Me Ligt heb gedaan. Zachtjes, om de schone slaper niet te wekken, sluip ik uit bed en duik het schrijfsel op uit mijn bureaula.

Daar staat het, zwart op wit. In 2016:

  1. Schreef en illustreerde ik een boek voor de kindertraining Blij met mij!
  2. Startte ik een uitgeverij om dit boek uit te geven.
  3. Opende ik een webshop om mijn eigengemaakte spullen te verkopen.
  4. Maakte ik posters voor in de webshop.
  5. Maakte ik mooie ansichtkaarten voor bij de kindertraining.
  6. Was ik actief lid van het kernteam dat het succesvolle netwerk van Blij met mij! trainers opzette.
  7. Emigreerde ik naar Italië.
  8. Haalde ik mijn diploma voor de 4-jarige opleiding Proza voor Kinderen.
  9. Rondde ik met succes mijn bachelorscriptie Psychologie af.
  10. Startte ik een blog die inmiddels wekelijks honderden lezers trekt.

En ook in dat productieve Jaar Dat Achter me Ligt had ik het gevoel dat ik niet snel genoeg ging, niet hard genoeg werkte, dat ik niet genoeg deed.

Het is de Verschrikkelijke Kaaskop. Hij heeft me nog steeds in zijn sliertige strengels en is niet van plan me zomaar te laten transformeren tot een sappig hoopje Mozzarella.

Het is waar. Ik ben nog steeds in de overgang naar het ‘dolce far niente’, het zalig nietsdoen van Italië. Af en toe neemt de Hollandse Haast weer bezit van me, en dat mag best. Het liefst wil ik een gulden middenweg vinden tussen het zoete, relaxte Italië en het productieve, nuchtere Nederland.

Ik leg het boekje terug en glijd weer onder de warme lakens. De stilte van mijn huis op de heuvel is bij me, en samen vertellen we mijn hoofd waarom het weer rustig mag gaan slapen: ‘Je hebt genoeg, je doet genoeg, je bent genoeg’.

En de rust keert terug. Zacht en zoet.

fullsizerender

Een koud vlaagje alleenheid

Dat je dan, als je uit de douche stapt in dat verre land, ineens een koud vlaagje alleenheid voelt. Zomaar uit het niets.

En dat dan, als je later je kind bij school afzet, een vrouw haar raampje naar beneden draait en ‘Angelique!’ roept. Zo ver van huis dat het wennen blijft.

En dat je dan samen pratend over wegen met gaten rijdt en door groengele heuvels met grijzende olijfbomen. Uitstapt in een gerijpt Italiaans dorp met afgesleten vierkante steentjes en een steile straat beklimt die eigenlijk een trap wil zijn. Stopt voor een gietijzeren hek, waar in de spijlen winterbloemen tegendraads bloeien, om in een witgepleisterde grot yogales te krijgen van een lerares die voelt als iemands moeder.

En dat je vervolgens een uur lang meegevoerd wordt in een taal die je soms herkent en je verder gewoon meebeweegt met iedereen om je heen. Als je je ogen sluit, merkt hoe je yogamoeder stil bij je neerknielt en met haar zachte handen voorzichtig je haar ontstaart, zodat je hoofd de grond kan voelen.

En dat je dan als afscheid twee zoenen krijgt en een welkomstspeech. Met je verse vriendin nog een trap oploopt naar een eeuwenoud plein met een onverwarmde koffiebar, waar een mevrouw met twee jassen aan en een gekreukt gezicht een cappuccino voor je maakt. Die je staand aan de bar in drie minuten opdrinkt, terwijl rond je dorpelingen verzamelen en de koffiemachine rammelt en geurt.

En dat je dan heuvelafrijdend langs de groenteboer komt die met handschoenen en muts en rokende adem bietola en broccoletti aan je verkoopt in een kraampje aan de weg, recht van het land. En je één euro vijfentwintig moet betalen.

En dat je dan, warm en rozig, thuis nog een keer koffie zet en weet dat het altijd alleen maar in je hoofd zit, die alleenheid.

Dat.

img_3982

Hoe een pilotenvrouw het duistere Rome bevocht

Alles wordt donker. Dit is een ramp.

Wat voorafging
‘Volgens mij staat Mikki op klappen.’
‘Mam, zijn mijn kleren al droog?’
‘Kun je nog even die trui wassen?’
‘Mam, het is zaterdag, mag ik een taart bakken?’

De wasmachine draait een afscheidswasje, terwijl de droger de vorige was kofferklaar maakt. Ik doe de buitenlamp aan om de plassert bij te schijnen en precies op dat moment zet Sophie de oven aan om een taart te gaan bakken. En dan gaat het licht uit.

‘Mam?’

Ik zoek de zwarte hond in het duister en de zaklamp in de gangkast. Na een rondje langs vijf stoppenkasten, verspreid over drie verdiepingen – binnen en buiten – trek ik de makkelijke conclusie dat het een Romedingetje is. Het zal zo wel weer opgelost worden. De kinderen hebben de kaarsen aangestoken, en als we knus bij kaars- en haardlicht zitten, krijg ik zicht op het vrolijk verlichte huis van de buren. De moed zakt mij in mijn gezellige sloffen.

De realiteit
Het is een storing in mijn eigen huis. De Man is net opgestegen naar Kuala Freaking Lumpur. Het is tien uur zaterdagavond. Het hek waar de auto morgenochtend om vier uur doorheen moet om twee kinderen op het vliegveld te droppen, is elektrisch.

We zitten gevangen, zonder hoop voor de toekomst.

Ik loop weer vier van de vijf stoppenkasten na, ditmaal gebruikmakend van mijn vingers om te checken of de schakelaars echt allemaal naar boven staan. Mijn gevoel is het enige zintuig, na mijn ogen, dat ik in deze situatie nog kan vertrouwen. Het is namelijk vrij onmogelijk om te horen of een schakelaar omhoog staat, en eraan likken is echt walgelijk en behoorlijk onzinnig. Ze staan allevier nog naar boven, dus moet ik naar de vijfde stoppenkast.
Deze is buiten, en aangezien er een reële mogelijkheid is dat een seriemoordenaar de elektrische bedrading heeft doorgeknipt en wacht tot we allemaal slapen om ons dan – ongehinderd door de alarminstallatie – één voor één de keel door te snijden, aarzel ik. En ga natuurlijk, want pilotenvrouw dus stoer.

Alle schakelaars staan nog steeds goed. Ondertussen wordt het steeds kouder in huis en zitten alle kleren van de Nederlandgangers nat te zijn in de wastrommel. Ik ren nog drie van dezelfde stoppenkastrondjes voor ik een hulplijn inzet.

De redders
‘Ciao Angelique!’ De warme stem van Barbara, mijn favoriete Italiaanse, brengt me weer bij zinnen. Ze raadt me aan de Vigilanza te bellen, de beveiligingsdienst van onze woonwijk. Drie minuten later staat een man in uniform bij mijn hek en gaat op magische wijze het licht weer aan. Een geheime stoppenkast in de tuinmuur, die hij wel en ik niet ken. Ik wil hem zoenen, maar hij is alweer in zijn auto gesprongen op weg naar een volgende heldendaad.

Wat dit mij leerde
Mannen in uniform zijn om te zoenen.
Als je aan elektrische zekeringen gaat likken zijn je stoppen doorgeslagen.
Nooit een taart bakken als je hond moet plassen.

Einde

img_3808

Het verkeer in Rome: hoe overleef ik?

‘En als we dan morgen naar…HOLY SHIT!’ Een gele Citroën komt van de linkerrijbaan naar de rechterrijbaan, maar daar rij ik al. Ik trap uit alle macht op mijn rem, alles blokkeert. In een fractie van een seconde wijk ik uit en kom ongeschonden tot stilstand op het witgestreepte weggedeelte van de afslag.

Een spijtoptant. Zo noemen we ze hier, bestuurders die op het laatste moment besluiten toch de afslag te nemen. Levensgevaarlijk.

Ik kijk om me heen naar de chaos. Her en der staan auto’s stil. Er schudden glimlachend wat hoofden, auto’s worden opnieuw gestart en voorzichtig manoeuvreert men om elkaar heen. Ook de boosdoener rijdt rustig weg, en ik toeter hem hard na. Ik ben de enige.

Een andere dag rijden we met z’n allen achter een Fiat 500, die heel langzaam midden op twee weghelften rijdt. Er blijkt een append meisje in te zitten, dat zich volkomen heeft afgesloten van de rest van het verkeer. Ik beweeg mijn hand naar de toeter, maar Arno pakt hem vast. Hij spreekt drie legendarische woorden:

‘Wees. Geen. Hollander.’

Want dat doe ik. Hollanderen in Italië. Elke keer als iemand van de regels afwijkt, voel ik een onbedwingbare lust om te corrigeren.
‘Je mag daar niet parkeren.’
‘Je mag niet bellen tijdens het rijden.’
‘Je mag niet op de vluchtstrook rijden.’
‘Je moet in je eigen baan blijven.’
‘Rechts rijden, links inhalen.’
‘Niet voorpiepen.’

Ik, de Hollander, ben gewend aan orde. En hier is chaos. Hier rijdt men in rijen van vier over een tweebaansweg. Hier heeft degene die het snelst kan optrekken voorrang. En het mag. Er is veel begrip voor andermans weggedrag, fouten worden snel vergeven en het is echt heel moeilijk om iemand boos te krijgen.

‘Maar het is wel gevaarlijk en onverantwoordelijk’, hoor ik mezelf zeggen. En toch, door dat gebrek aan orde en terechtwijzingen, krijgen mensen de ruimte om te leven, om fouten te maken, om adem te halen.

En zo lopen we dan in zonnig Rome, en staat daar midden op een zebrapad een auto geparkeerd. Ik krijg daar kriebels van in mijn buik. Ik mag dat namelijk ook gewoon doen, en dat voelt als vrijheid blijheid. Ha, zo doen wij dat hier! Niemand die erover zeurt, en ik ook niet. Terwijl ik er een paar maanden geleden nog een beschuldigend vingertje naar opstak.

Ik voel me verlost. En het smaakt naar meer. Niet meer foeteren op die buurman die zijn honden de hele nacht laat blaffen. Niet boos zijn als de vuilnismannen van het ophaalschema afwijken. En die man die in de file voorpiept via de vluchtstrook? Ik laat hem lekker zijn gang gaan.

Het is hier leven en laten leven. Soms sta je daardoor even stil op een witgestreept stukje weg. En dan kun je toeteren of lief zijn. Vaak wil ik doorrijden naar toeteren, maar kies ik op het laatste moment toch voor de afslag naar lief.

En spijt heb ik nog niet gehad.

img_3659

Verdwaald in Nederland – deel 1

Het is halfvijf ’s morgens, als ik mijn puber een kus op haar slapende hoofd geef. Ze schrikt op, mompelt ‘Koop appelflappenmix’ en trekt het dekbed weer over haar hoofd. De hond kijkt me meewarig aan vanuit haar warme mand. Ik ga een weekend naar Nederland, en ik ga alleen.

Het is fris in het vliegtuig, en ik houd de hele weg mijn jas aan. De koude boterham met kaas helpt om mijn lege maag te vullen, maar verwarmen doet-ie me niet. Op Schiphol stap ik op de trein, met rugzak en rolkoffer. Er hangt een bui in de lucht en, zo zag ik tijdens de daling, twee lagen wolken tussen mij en de zon. Als ik een half uur later in het centrum uitstap, is daar Starbucks. Verkleumd tot op het bot en verleid door de posters van Kaneelchoco en Speculaaslatte, bestel ik een koffie. In het Nederlands, en het voelt zo goed!

‘Een medium latte graag!’ Het komt heerlijk vloeiend mijn mond uit, mijn moedertaal.
‘Would that be all?’
Even ben ik in de war. Zie ik er niet meer Nederlands uit?
‘Nee hoor, dat is het.’ Ik spreek extra duidelijk deze keer.
‘Okay, that will be three euro and ninety five cents.’
Ik ben verbijsterd en duw net iets te hard mijn pinpas in het apparaat.
Ze geeft me de koffie.
‘Dank je wel,’ zeg ik nijdig. Ze kijkt me verontschuldigend aan en ik denk aan een complot.

Met in de ene hand een latte en en in de andere een ratelende rolkoffer en een telefoon, ploeter ik door naar de kapper, die ik op goed geluk geboekt heb. Hij zit mooi op de route naar mijn volgende bestemming. Helaas doet google maps raar, en ik zie dat ik al vijf minuten lang 200 meter van de kapperszaak af ben. Een bouwvakker kruist mijn pad, en hij ziet er erg Amsterdams uit.

‘Kunt u me vertellen waar de Reguliersdwarsstraat is?’
Hij maakt een afwerend gebaar met zijn handen. ‘Sorry, no english.’
What the hell. Dit begint creepy te worden. Ik weet ondertussen voor 95 procent zeker dat ik Nederlands spreek.
‘IK SPREEK NEDERLANDS!’
De arme man deinst achteruit. Het Starbuckstrauma eist zijn tol.
‘No, no english.’, zegt hij angstig. Het is duidelijk dat ik onverstaanbaar ben. Ik ben een alien in mijn eigen land.

Ik ga even op een stoepje zitten, en puzzel uit wat er verkeerd is gegaan met de navigatie. Een paar minuten later ben ik op de goede weg, en al snel bereik ik mijn adres. Het blijkt een troosteloos vervallen zaak te zijn. Er hangt een bordje met ‘closed’ op de deur.

De moed zakt me in the shoes.

Wordt vervolgd..

fullsizerender

Snuffelbezoek

Vanaf de benedenverdieping klinkt een oorlogskreet, er wordt flink gevochten bij Mario Bros Super Smash. Het huis ruikt naar aftershave en deo. Drie paar jongensschoenen naast de schoenenmand, overal opladers van telefoons en het voedsel is niet aan te slepen. Lars is hier, met neef Steef en vriend Ignaz.

Ik glimlach en pak mijn tuinschaartje. Buiten is het knisperend weer, met blauwe lucht en net warm genoeg om zonder jas te zijn. Ik stap op een trapje en knip de citroenen uit de boom. Ze zijn eindelijk geel, na maandenlang voor limoen te hebben gespeeld. Zo vaak heb ik aan ze getwijfeld, gedacht dat ze nooit zouden rijpen. En nu pluk ik de vruchten, en verbaas me over de bedwelmend zoete geur, telkens weer als ik er een losknip. Ik kan niet stoppen met aan ze te snuffelen.

Dat ze hun hele schooltijd zouden blijven huilen als ik ze in de klas achterliet. Dat ze voor altijd dat speentje zouden houden. Dat ze nooit door zouden slapen. Dat deze griep nooit over zou gaan. Dat de eerste kus nooit zou komen. Dat die opstandige puber nooit meer lief tegen me zou doen.

Het schreeuwen en de Mario-geluiden stoppen. Ze gaan op eigen houtje douchen, pakken de huispuber bij haar lurven en stappen met z’n vieren op de trein. Vandaag staat het Vaticaan op het programma. ’s Avonds treffen we ze op de Piazza Navona, om met z’n allen een hapje te eten. Ze hebben een roos voor me gekocht en ik smelt. Tijdens het eten kijk ik naar ze en geloof nog steeds mijn ogen niet. Wat een geweldige kerels. Stuk voor stuk.

En als ze dan zelf hebben ingecheckt, zelf hun tassen hebben ingepakt, op eigen initiatief de logeerkamers netjes hebben achtergelaten, en uit de auto stappen om hun eigen zaakjes weer te gaan regelen in hun eigen huizen, omarm ik ze nog een keer. Ik ruik de zoete geur van schone, sterke jongens en moet mezelf dwingen niet even te snuffelen.

Sterk spul hoor, die citroenen.

fullsizerender

Race tegen de klok!

Ons kind gaat paintballen. We nemen aan dat het een paar uur gaat duren, dus plannen we wat uurtjes Rome voor onszelf: misschien een terrasje, een wandeling, een snelle toeristische attractie. Als echte Nederlanders komen we precies op tijd aan bij de Paintball-arena. Wij zijn echter niet de eersten, want Jeff, Kirsten en Amery, de Amerikanen, staan al ongeduldig en licht afkeurend te wachten, want laat voor vioolles. Als derde komen even later de Serviërs, boomlang en ready to shoot some ass. En dan is er heel lang niks, tot ze twintig minuten later, slippend over het zanderige pad, aan komen scheuren: de Italianen.

De paar uurtjes Rome zijn nu gereduceerd tot anderhalf, en zodra we Sophie van flink wat kogels hebben voorzien, scheuren we weg. Centrum schrijven we op ons buik, het park van Villa Borghese is nog net haalbaar. Helaas duurt het even voordat we een parkeerplek gevonden hebben, dus als we eindelijk door de statige hekken lopen en de villa zelf in het vizier hebben, staat er nog een uur resterende geniettijd op de klok.

We besluiten ons plan te reduceren tot een snel kopje koffie en haasten ons het park door op zoek naar een koffiebar. Er is er een in de dierentuin, maar daar moet je kaartjes voor kopen en we zijn geen dierentuinmensen. Op de kaart die we snel raadplegen, staat een afbeelding van een koffiekop, een paar honderd meter verderop. We lopen langs de Orangerie en een prachtige fontein van Bernini, en komen op de plek van het koffiekopje. Daar blijkt een gebouw ter grootte van het Binnenhof bovenop te staan: La Galleria Nazionale d’Arte Moderna e Contemporanea. En wij willen alleen maar naar dat koffiekopje.

Nu weet ik dat op de eerste zondag van de maand alle musea gratis zijn, dus deze hindernis is een makkelijke. We rennen door de deuren, grissen een vrijkaartje uit de hand van een vriendelijke poortwachtster, en lopen met strakke blik recht op ons doel af: de koffiehoek. Daar blijken ze alleen mini-cupjes espresso te verkopen, en daar hebben we nou net geen trek in. What else?

Een blik op de tijd leert ons dat we nog 25 minuten hebben om op de afgesproken tijd bij ons dochter te zijn, terwijl het 20 minuten rijden is. Den Ollanders in ons schieten in paniek, maar dan neemt iets zuidelijks bezit van ons. We worden ons gewaar van de prachtige kunstwerken die ons omringen, en beginnen, als gehypnotiseerd, door het museum te dwalen. Het wordt mooier en mooier, als we lopen langs Eugenio Gignous, Paul Cézanne en Claude Monet en zelfs twee heuse van Goghs! Dan schrikken we wakker en beseffen dat we nog 10 minuten tot de scheduled time of arrival (STA) hebben.

We rijden veel te hard en veel te roekeloos terug naar de verfbalspeeltuin. Met piepende remmen parkeren we onze auto driedubbel, en komen 25 minuten te laat bij de afgesproken plaats aan. De kinderen komen net, op hun gemak, naar buiten lopen.

Onze inburgering is zo goed als voltooid.

img_3232

Van Sinterklaas die niet naar Rome kwam

De grote Sinterklaasdip begint met een familietraditie: bobbelavond. Het is zaterdagavond, en ik heb eigenhandig van anderhalve kilo Romeinse tomaten de lekkerste romige tomatensoep ooit gemaakt. We hebben onze joggingbroek en sloffen aan, de kaarsen branden en de wijn is warm. Vandaag kijken we naar een film die we hebben gekocht op de zondagsmarkt in Trastevere.

Na de film loop ik naar boven en zie mijn mobiel oplichten. Lauren heeft de foto van de familieapp veranderd: het is een foto van een jaar of acht geleden, waarop we met z’n vijven heel gelukkig liggen te zijn in een grote hangmat. Ik zie monden waar tandjes uit missen, en het gemis is ineens veel te groot. Ik app terug, dat ik de foto zo schattig vind, en meteen belt ze me. Ze is bij haar vriendje thuis, en er is een verrassingssinterklaasfeest, en ze heeft een nieuwe trui en huissokken gekregen, net zoals ze daar allemaal dragen…
Ze doen wat ik vind dat ik eigenlijk moet doen.

Ik heb het verdrongen, en nu floept het omhoog. Hier voelt het niet als Sinterklaastijd, de terrassen zitten nog vol met mensen die tot laat in de avond wijn drinken bij de warmte van de terraswarmer. We kijken geen Nederlandse televisie, dus Dieuwertje en de intocht gaan volledig aan ons voorbij. We hebben sinds eind november al een neppe reuzenkerstboom, omdat er toch nergens pepernoten in de winkels liggen. En dan krijgt je dochter warme sokken van een andere moeder.

‘Ik wou je gewoon even bellen mam, omdat ik het zo lief van ze vond, en echt die trui is zo mooi, en ze waren zo lief en ik had het echt niet verwacht.’
En ik hoor alleen maar wat ik denk dat ze echt zegt: ‘Ik wil thuis zijn met Sinterklaas, ik mis ons met z’n allen op de bank op zaterdagavond, ik wil tegen je aan liggen onder een dekentje met sokken aan en dat je tomatensoep voor me maakt.’
‘Sophie gaat morgen met vriendinnen paintballen’, zeg ik, om het gaatje in mijn hart te stutten, ‘en ze wil niet. Ze is doodzenuwachtig.’
‘Echt?’ Grotezussenstem vervangt het kinderstemmetje. ‘Geef haar maar, dat heb ik ook nog nooit gedaan. Wat vet!’
En ik geef haar Sophie en luister naar het zussengegiechel en hoor dat Lauren’s vriendje Stijn ook nog aan de telefoon komt en haar een of andere magische peptalk geeft en ik zie haar opknappen en de pijn verlicht wat.

Sinterklaas, als u luistert, geef me het vermogen om mezelf in drieën te splitsen, zodat ik er altijd voor mijn kinderen kan zijn. Geef me de kracht om te blijven staan als ze verdrietig zijn, ook al doet het me nog zo’n pijn. En oh ja, geef de Supermercato kruidnootjes met chocoladejasje, want die vind ik oh zo fijn.

Dank u Sinterklaasje.

img_3710

6 Dingen Die Ik in Rome Ga Doen Als Het Klaar Is

Tja, ik zou het verhaal kunnen vertellen van mijn hond, die al twee weken abnormaal snel en veel poept. Waar ze normaal gesproken alleen ’s middags een bruin gevaarte laat vallen, loopt ze nu tijdens het ontbijt al met samengeknepen billen zenuwachtig om me heen te darren. Vandaag valt hij er in de voortuin al uit, de sappige rakker. Ik schrik me rot, het is niet de smeuïge massa die ik verwacht te zien, het is een stevige worst vol kleine bolletjes! De hyperchonder in mij ontwaakt. Heeft ze enge beestjes vanbinnen? Is het een vreselijke ziekte? Gewapend met een plastic zakje onderwerp ik het bewijsmateriaal aan een grondige inspectie. Ik kom tot de conclusie dat het enorme larven van buiketende lintwormen zijn. Ik loop naar de achtertuin, waar het slachtoffer onverstoorbaar op iets hards staat te kauwen. De grond is bezaaid met enorme larven van buiketende lintwormen. Wat besjes van onze palmboom blijken te zijn. Stimulerend voor de darmen, zegt Google. Dat verklaart meteen de overmatige ontlastende verklaringen die ze de hele dag aflegt.

En tja, daar heb ik dus echt geen tijd voor, voor dat soort onzinverhalen. Ik werk door aan mijn scriptie, ziet u. Even geduld dus. Om de pijn wat te verzachten, hier een lijstje van:

De 6 Dingen Die Ik Ga Doen als Het Klaar Is.

  1. Naar dat terrasje aan de Tiber, waar ik twee maanden geleden mijn hart aan verloor. De koffie is er goddelijk, met zo’n hartje in het schuim, en ze hebben van die metalen, ovalen stoeltjes uit de jaren ’70. Met zo’n los kussentje waar je verbazend comfortabel op zit. En dan ga ik gewoon lekker staren naar de loslopende Italianen en me warmen aan het kopje en de prachtig vormgegeven terrasverwarmer.
  2. Een Koopmans Hollandse appeltaart bakken voor Barbara, de liefste Italiaanse die ik ken. Ik trakteer haar op een lekker bakkie leut met een fijne dosis gezelligheid, en we kletsen over haar werk als kinderpsychologe en over dat het zo fijn is dat die scriptie klaar is. En dan zegt ze, oh Angelique, wat is jouw taart lekker, en dan ben ik gewoon ineens de beste taartenbakster van Rome en krijg ik het heel druk met visite en taarten bakken.
  3. Met de hond en de man die mooie wandeling maken die vriendin Maaike ook maakte, bij Trevignano, in de bergen van het meer van Bracciano. Sowieso ga ik vaker wandelen met de hond en de man, en ook zorgen dat ze niet te veel van de palmbomen snoepen, want het is best wel een eindje rijden naar die bergen en een ongeluk zit in een klein hoekje.
  4. Op barrentocht. Laptop onder mijn arm, notitieboekje in mijn tas, en dan elke week een paar keer op zoek naar de ‘Fijnste Bar om een Boek te Schrijven in Rome’. Mijn hoofd barst van de nieuwe invallen, rare plannetjes, frisse grappen en verse onzin. Het liefst in een bar met een donker interieur, leren banken en goeie broodjes. En een mysterieuze, goudbruine barman, die peinzend starend met een harde doek de glazen droogwrijft. Ofzo.
  5. Sporten met stewardessen in bikini. Staat hoog op ieders verlanglijstje natuurlijk, en ik ben in de gelegenheid het ook echt te doen. In het lokale zwembad, aquagymmen en aquafitnessen tot je er vleugels van krijgt. En daarna met natte haren koffie drinken natuurlijk. Gezellig.
  6. Yoga met Perkamentus. Ik schreef al eerder over het schoolhoofd van mijn dochter, die sinds een paar maanden op Zweinstein zit. En nu geeft hij yogales. Voor alle moeders op school. En ik ben een moeder, dus ik mag ook bij hem op het matje komen.

En nu ga ik weer aan het werk, want hier heb ik echt geen tijd voor.

img_3647

 

 

 

 

Wereldreis

De ochtend van vertrek is best hectisch. Koffers in de gang, hebben we de paspoorten, waar is mijn neusspuitje, vergeet je jas niet, is het strijkijzer uit? Nog even snel ontbijten, wat is dat voor getril onder mijn stoel? Wat is dat voor getril, djeezus, wat is dat, de tafel schudt, een aardbeving!

Het duurt best lang, en het is de eerste keer dat ik het voel. Sophie zit te giechelen op de bank, ik roep dat ze bij het raam weg moet, want dat heb ik gelezen op internet. De lamp boven de tafel schudt, ik houd me, volkomen onnodig, vast aan de tafel, het blijft maar schudden.

Het schokt wel een seconde of tien, vijftien. Ik ben niet bang, maar denk wel de hele tijd aan die arme mensen die in de gevarenzone zitten, en hoop dat er geen doden vallen. Ik weet niet goed wanneer het is gestopt, want het blijft nog een tijdje naschudden in je hoofd. Lars zit te glimmen op zijn stoel, wat een ervaring. Hij raakt niet uitgepraat. De aarde, waarvan je vanaf je geboorte veronderstelt dat ze stilstaat onder je voeten, die nu beweegt! Het gekste is het zwembad. Het water golft als in een golfslagbad waarvan de toeter net is gegaan.

De reis naar Florida, een paar uur later, lijkt als een vlucht. Zodra het vliegtuig zijn wielen licht, nog geen uur na de laatste naschok, voelt het alsof we ontsnappen aan de aarde. Het ijlt nog een beetje na in mijn hoofd, de ervaring.

We zitten knus op een rijtje, Sophie in het midden. Het drankje klotst in het plastic glaasje, ik heb mijn schoenen verruild voor zachte, warme sokken en de eerste film draait. Zo glijden we tienduizend kilometer over de golvende oceaan vol diepdonkere geheimen. Ik geef me over en dein mee op het ritme van de straalstroom.

We landen in het donker, en het is hier zwoel en heerlijk. The State of Endless Summer. Het voelt altijd goed om hier te zijn, in het land van ruimte, comfort en overdaad. Ze hebben hier net een paar dagen binnen gezeten, schuilend voor een levensgevaarlijke orkaan. Het is het land van Big Mac-menu’s, mensen die op ontploffen staan, Trump en dikke dieselmonsters, heersers van de weg. Het is zoals het is, en ik geniet met volle teugen van het avontuur waar ik elke dag weer in wakker mag worden.

Zondag gaan we weer terug. Naar ons huis op de heuvel dat de schokken van een bewegende aardplaat honderden kilometers verderop voelt. Naar het gematigde zeeklimaat. Naar het land van middagdutjes en ruïnes die al zoveel hebben doorstaan en nog steeds overeind staan. Naar de gegrilde groenten en kleine porties en de vrouwelijke burgemeester. Het land waar de Smart en de Panda heersen.

En de aarde? Die draait gewoon door.

img_3490