Een koud vlaagje alleenheid

Dat je dan, als je uit de douche stapt in dat verre land, ineens een koud vlaagje alleenheid voelt. Zomaar uit het niets.

En dat dan, als je later je kind bij school afzet, een vrouw haar raampje naar beneden draait en ‘Angelique!’ roept. Zo ver van huis dat het wennen blijft.

En dat je dan samen pratend over wegen met gaten rijdt en door groengele heuvels met grijzende olijfbomen. Uitstapt in een gerijpt Italiaans dorp met afgesleten vierkante steentjes en een steile straat beklimt die eigenlijk een trap wil zijn. Stopt voor een gietijzeren hek, waar in de spijlen winterbloemen tegendraads bloeien, om in een witgepleisterde grot yogales te krijgen van een lerares die voelt als iemands moeder.

En dat je vervolgens een uur lang meegevoerd wordt in een taal die je soms herkent en je verder gewoon meebeweegt met iedereen om je heen. Als je je ogen sluit, merkt hoe je yogamoeder stil bij je neerknielt en met haar zachte handen voorzichtig je haar ontstaart, zodat je hoofd de grond kan voelen.

En dat je dan als afscheid twee zoenen krijgt en een welkomstspeech. Met je verse vriendin nog een trap oploopt naar een eeuwenoud plein met een onverwarmde koffiebar, waar een mevrouw met twee jassen aan en een gekreukt gezicht een cappuccino voor je maakt. Die je staand aan de bar in drie minuten opdrinkt, terwijl rond je dorpelingen verzamelen en de koffiemachine rammelt en geurt.

En dat je dan heuvelafrijdend langs de groenteboer komt die met handschoenen en muts en rokende adem bietola en broccoletti aan je verkoopt in een kraampje aan de weg, recht van het land. En je één euro vijfentwintig moet betalen.

En dat je dan, warm en rozig, thuis nog een keer koffie zet en weet dat het altijd alleen maar in je hoofd zit, die alleenheid.

Dat.

img_3982

Eerste schrijversretraite

Texel. 10 juni 2013. Mijn eerste echte schrijversretraite. Met twee dochters en een hond kom ik op vrijdag op het eiland aan. De volgende dag komen daar man en zoon bij. En weer een dag later verlaten mijn vier schatten het eiland. De hond blijft bij mij. Tot groot verdriet van mijn jongste, die naast haar mama ook nog haar liefste kameraadje een week moet missen. Wanhopig kruipt ze in mijn armen: ‘Mam, als je je nou een week opsluit op zolder, dan zal ik je een week met rust laten, kom je dan gewoon mee naar huis?’ In tranen zwemmende ogen kijken me smekend aan. Met een grapje maak ik me ervan af, duw haar vastberaden in de auto ‘voor je het weet is mama weer thuis’ en zwaai mijn liefste bezit uit. Met knikkende knieën loop ik het nu lege huisje weer in, de hond op mijn hielen. Ik stort even alle tranen eruit, installeer me op de bank en zeg tegen mezelf: ‘Dit is heel erg fijn.’ En ik schrijf mijn eerste eilandverhaal. Op Texel.