Verdwaald in Nederland – deel 2

Vervolg van deel 1

Ik kijk door het viezige raam van de kapperszaak, en zie een vrouw enthousiast naar me zwaaien.

Met tegenzin loop ik naar binnen. Tropische Salsamuziek tettert me toe en de kapster geeft me een slap handje.
‘Angelique? Jij afspreken online, si?’ Ik bevestig mijn identiteit en ze neemt mijn jas aan.
Vijf keer wast ze m’n haar, heel hard. Vervolgens zet ze me in een smoezelige leren fauteuil en kijk ik in mijn eigen ongelukkige ogen.
‘Doe maar alleen wat puntjes eraf,’ piep ik, als ze een met bloemetjes versierde schaar richting mijn haar beweegt. Ze knipt een beetje rond en föhnt het daarna prachtig glad.
Dan gaat ze opeens op haar hurken zitten, haar ogen op dezelfde hoogte als de mijne.
‘Mag ik wat vraag?’ En dan, zachter: ‘Mag ik wenkbrauw doen?’
En heel voorzichtig, met alle liefde die ze in zich heeft, legt ze m’n hoofd achterover en verzorgt zorgvuldig de haren boven mijn ogen. We hebben het over haar thuisland, over heimwee, over Spaans en Italiaans. Ik zeg dat ik vind dat ze goed kan föhnen. Ze lacht blij, en buigt zich nog aandachtiger over haar taak. Als ze klaar is, schenkt ze me haar kaartje en een lieve glimlach.
Weer op straat doe ik mijn capuchon over mijn kansloze kapsel, en loop de eindeloze miezer in. Maar mèn, die wenkbrauwen. Goddelijk.

Met een rammelende tram die naar natte jassen stinkt, kom ik even later bij het gebouw van de Hogeschool aan. Vandaag krijg ik, na vier jaar, mijn diploma Proza voor Kinderen.
De school zit in een modern gebouw, met veel glas en metaal en als ik het klaslokaal binnenkom, weet ik weer waarom ik er een hekel aan heb: de airco staat chronisch aan en ik zit chronisch met mijn jas aan.
Als een verloren schaap word ik onthaald. Na de knuffels en het bijpraten gaan we aan het werk. De chocola, lof en kritiek vliegen over en weer en na drie uur zijn al onze verhalen nog beter. Het is ouderwets gezellig, en na de les nemen we voor de laatste keer bitterballen en bier in de bruine kroeg op de hoek. En weigeren te geloven dat het de laatste keer is.

Later in Hilversum kleed ik me bibberend om in een onverwarmde hotelkamer. Ik ben uitgenodigd op het feest van onze Australische overburen.
De deur van het feesthuis staat wijd open, de vuurkorf brandt en iedereen loopt in kleurige wintermutsen en gekke sjaals. Ik houd m’n jas maar weer aan en word richting een Italiaanse huisvriend geduwd.
‘Ciao,’ zegt hij. Hij kijkt me Italiaans aan en doet iets geks met zijn wenkbrauwen.
Met het Starbuckstrauma vers in mijn geheugen stap ik achteruit en gelukkig zijn daar mijn buurvrouwen. Allemaal. Ik krijg warme chocolademelk, echte omhelzingen, er is Hazes en we dansen en zingen tot we warme wangen hebben.

Het is een vol weekend en na twee dagen treinen, trammen, kou, afspraken en boodschappenlijstjes, zit ik er een beetje doorheen. Ter afsluiting drink ik op zondagmiddag thee bij mijn moeder, met mijn twee oudste kinderen. Lauren is een beetje moe en Lars zijn onderhoudende zelf. Als ik met mijn dochter laat op de dag terugloop naar de tram, blijft Lars vlak naast ons fietsen, als een stevige buffer tussen zijn meiden en de kou. Bij het station geeft m’n dochter me een stevige zoen op mijn mond. Zo moe als ze is, zo somber als het lijkt, hoe koud het ook is. Zij is onwankelbare liefde.

Dag Nederland.

Je was koud, maar gelukkig is er heel veel warmte in je inwoners.

img_3182

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s